LogoBDT

Brochure NVBT

LogoBDT

 

INHOUDSOPGAVE

  1. Inleiding
  2. De NVBT:
    1. doel
    2. organisatie
    3. lidmaatschap
    4. tarieven
  3. Biodynamische psychologie en therapie
    1. kernbegrippen
    2. gedachtengang
    3. doel van de therapie
    4. indicatiegebied
    5. werkwijze
  4. Bevoegdheden / verantwoordelijkheden beroepsbeoefenaren
  5. Bijdrage aan de volksgezondheid en individuele gezondheidszorg
  6. De opleiding tot biodynamisch therapeut
  7. Bij- en nascholing
  8. Kwaliteit van de beroepsuitoefening
    1. beroepscode
    2. protocollen en richtlijnen
    3. klachtenprocedure en tuchtreglement
  9. Documenten
  10. Namen/Adressen

Up

1. Inleiding

Deze tekst bevat informatie over de (Organisatie van de) Nederlandse Vereniging van Biodynamisch Therapeuten (NVBT). Daarbij wordt tevens uitgebreid aandacht geschonken aan de uitgangspunten van de biodynamische psychologie en therapie met de daarbij behorende werkwijze.

Deze tekst is een samenvatting van de antwoorden op de checklist van de ANG.

Op diverse plaatsen in de tekst wordt melding gemaakt van documenten. Desgewenst kunnen deze documenten eveneens ter hand gesteld worden. Hiertoe kan contact worden opgenomen met het secretariaat van de vereniging, zoals vermeld op de adressenlijst aan het eind van de brochure.

Up

2. De NVBT

De Nederlandse Vereniging van Biodynamisch Therapeuten (NVBT) werd in mei 1986 opgericht op initiatief van een aantal therapeuten die tot die tijd verenigd waren in een werkverband therapeuten BDP (Biodynamische Psychologie).

2.1 Doel

De Vereniging stelt zich ten doel het belang van haar leden te behartigen, alsmede het belang van de biodynamische gedachten. Dit doel tracht zij overeenkomstig het in de statuten gestelde onder meer te bereiken door:

  • a) de samenwerking van haar leden te bevorderen door het coördineren van ervaringen, taken, ideeën, voorstellen en behoeften uit eigen kring;
  • b) het bestuderen en onderzoeken van de biodynamische psychologie te stimuleren en te ondersteunen;
  • c) het opleiden in de biodynamische psychologie te stimuleren en ondersteunen;
  • d) het organiseren van bijscholing betreffende biodynamische psychologie en aangrenzende gebieden;
  • e) het uitdragen van de biodynamische gedachten door middel van het uitgeven en verspreiden van tijdschriften, boeken en andere publicaties;
  • f) het verzamelen en onderhouden van een bibliotheek met uitleenmogelijkheden voor de leden en studenten in de biodynamische psychologie;
  • g) het aangaan en onderhouden van betrekkingen met in haar doelstellingen verwante organisaties en personen in binnen- en buitenland;
  • h) het opstellen en handhaven van gedragsregels ten aanzien van de biodynamische beroepsuitoefening van haar leden;
  • i) voorts alle andere wettige middelen die tot haar doel bevorderlijk zijn.

2.2 Organisatie NVBT

De Vereniging beschikt over een bestuur van minimaal 5 en maximaal 7 leden. De rechten en plichten van het bestuur zijn vastgelegd in de statuten en waar nodig verder uitgewerkt in het huishoudelijk reglement.

Naast het bestuur zijn op dit moment binnen de vereniging twee commissies actief, de PR-commissie en de commissie erkenningsbeleid. Verder wordt eenmaal per drie maanden een verenigingsblad "Impuls~' uitgebracht.

Vanuit de NVBT worden nauwe contacten onderhouden met het Nederlands Instituut voor Biorelease en Biodynamische Psychologie (NIBB) (NIBB) te Amsterdam, dat de opleiding van biodynamisch therapeuten verzorgt.

2.3 Lidmaatschap

Het lidmaatschap van de vereniging staat open voor biodynamische therapeuten, die voldaan hebben aan de eindtermen van een door de NVBT erkende opleiding. Daarnaast bestaat voor cursisten uit het 2e opleidingsjaar van een erkende opleiding de mogelijkheid van een aspirant-lidmaatschap bij de vereniging.

De NVBT erkent de getuigschriften en diploma's van de navolgende opleidingen en instituten:

  • Opleiding Aalst
  • Stichting Biodynamische Therapie Nijmegen
  • Opleiding Horssen
  • Nederlands Instituut voor Biorelease en Biodynamische Psychologie (NIBB) (voorheen Gerda Boyesen Instituut Holland 1987-1994, en daarvoor Centrum Biorelease Amsterdam 19781987).
    Getuigschrift/diploma:
    a) biodynamisch massagetherapeut, 2-jarige opleiding gevolgd door een praktijk/supervisie jaar, en
    b) vervolgopleiding biodynamisch (psycho)therapeut, 2-jarige opleiding gevolgd door een praktijk/supervisiejaar.
    De getuigschriften/diploma's worden uitgegeven sinds 1987.

Aan de bij de vereniging aangesloten therapeuten worden naast de toelatingscriteria de volgende eisen gesteld:

  • a) een lid van de NVBT functioneert overeenkomstig het gestelde in het Beroepsprofiel Biodynamisch Therapeut;
  • b) verplicht zich via het afleggen van een Verklaring van Eed tot het naleven van het gestelde in de beroepscode zoals door de Vereniging geformuleerd;
  • c) werkt volgens de uitgangspunten en methoden die binnen de biodynamische therapie gangbaar zijn. Voor zover andere dan biodynamische methoden worden toegepast, mogen deze niet strijdig zijn met de filosofie en de uitgangspunten van de biodynamische psychologie;
  • d) houdt zich op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in het vak via bij- en nascholing, supervisie en intervisie;
  • e) houdt zich op de hoogte van maatschappelijke ontwikkelingen in zoverre deze betrekking hebben op de problematiek van zijn cliënten.

2.4 Tarieven

Tarieven zoals geadviseerd door de NVBT zijn als volgt:

  • voor een biodynamisch massage + vegeto- of lichaamsgerichte therapeut ƒ 100,00 per uur
  • voor een biodynamisch massagetherapeut ƒ 75,00 per uur

Deze tarieven zijn tot nog toe niet dwingend voorgeschreven. Wel verzoekt de vereniging haar leden deze tarieven met name te hanteren voor vergoedende instanties, sociale diensten, bedrijven en/of ziektekostenverzekeraars. Het ligt in de bedoeling in de nabije toekomst hierover binnen de NVBT opnieuw in beraad te gaan.

Up

3. Biodynamische psychologie en therapie

Biodynamische therapie is gebaseerd op de biodynamische psychologie en gaat uit van de eenheid van lichaam, geest en ziel. De basis van de biodynamische psychologie is ontwikkeld door Gerda Boyesen in de periode tussen 1948 en 1970. Zowel Gerda Boyesen zelf als haar dochters, naaste medewerkers en diverse biodynamische therapeuten in verschillende landen hebben bijgedragen aan nieuwe ontwikkelingen in de biodynamische psychologie en haar therapeutische praktijk.

De basis van de biodynamische lichaamsgerichte therapie komt overeen met de uitgangspunten in andere neo-reichiaanse stromingen: onverwerkte ervaringen laten in het lichaam afvalstoffen achter die energie-, weefsel- en spierblokkades veroorzaken. Hierdoor ontstaat een lichaamspantser. Wanneer het pantser wordt losgemaakt, kan de adem dieper doorkomen en gaat de energie beter stromen. Deze stromingen, aanvankelijk vegetatieve stromingen genoemd, kunnen door de cliënt worden waargenomen.

Onderzoek naar de oorsprong en kwaliteit van deze stromingen leidde tot een nieuw energie-concept: orgonen-energie, nu in het algemeen levensenergie genoemd. De levensenergie is gelijk aan kosmische energie en aan begrippen als Prana en Ki uit oosterse culturen.

Naast de aandacht voor het spierpantser (o.a. benadrukt in de bio-energetische analyse) wordt in de biodynamische psychologie veel aandacht besteed aan het ingewandspantser. De levensenergie wordt gezien als de energetische kracht van de "drang tot zelfverwerkelijking".

3.1 Kernbegrippen

Centraal staat het therapeutisch werken met de levensenergie. De geblokkeerde levensenergie (lichaamspantser) wordt vrijgemaakt, ontladen en het stress-residu wordt via de peristaltiek van het maag/darmkanaal verteerd. Vrijmaken en ontladen van de geblokkeerde energie vermindert de spanning en vergroot de stromingsmogelijkheid van de levensenergie. Het brengt de cliënt in een gevoel van heelheid en eenheid, zijn primaire levensstroom.

De primaire levensstroom is de energetische dimensie van de primaire persoonlijkheid. Iemand die in contact is met en handelt vanuit zijn primaire persoonlijkheid staat in contact met zijn spirituele dimensie en integreert deze in zijn dagelijkse realiteit. De secundaire persoonlijkheid is, door de ontwikkeling van zijn overlevingspatroon en het opgebouwde pantser, van deze primaire dimensie afgesneden.
Werken met het pantser, met de secundaire persoonlijkheid brengt iernand weer in contact met de primaire persoonlijkheid.

Er zijn drie niveaus te onderscheiden waarop de levensenergie blokkeert en vrijgemaakt moet worden:

  • a) Psychologisch niveau, te weten de cognitieve en emotionele ervaringen.
  • b) Musculaire niveau, te weten het niveau van motorische handelingen door het willekeurige spiersysteem. Dit omvat ook de willekeurige ademhalingsprocessen.
  • c) Vegetatieve niveau dat de functies omvat die door het autonome zenuwstelsel bestuurd worden, zoals de metabolische, spijsvertering en autonome ademhalingsprocessen.

Werken op deze drie niveaus impliceert:

  1. Inzicht krijgen in het opgebouwde overlevingspatroon. Dit overlevingspatroon is als een "pantser" in het hele organisme aanwezig. Het zit op alle hierboven onderscheiden lagen en het bepaalt het gedrag. Er wordt altijd een overlevingspatroon opgebouwd.
  2. "Ontpantseren" van het organisme. Via massages, oefeningen en inzichtgevende gesprekken kan het overlevingspatroon geleidelijk aan aan kracht en invloed inboeten.
  3. Verwerken van de onverwerkte ervaringen die door het overlevingspatroon worden beschermd. Dit gebeurt via het toepassen van diverse massages en lichaamswerken, het uiten van onverwerkte emoties en erkenning van de ervaring. Belangrijk is dat de cliënt gehoord en erkend wordt in zijn ervaring.
  4. Capaciteiten die door de ontwikkeling van het overlevingspatroon niet volledig zijn ontwikkeld, krijgen ruimte en steun om alsnog ontwikkeld te worden.
  5. In dit hele proces wordt, telkens als dat mogelijk is, contact gemaakt met de kwaliteiten van de primaire persoonlijkheid. Hierdoor kan de primaire persoonlijkheid in het proces steeds meer aanwezig zijn en kunnen de blokkades uit de secundaire persoonlijkheid werkelijk worden opgeheven. Dit laatste is essentieel voor een werkelijk proces van heelheid, omdat alleen dan iemand werkelijk in contact komt met zijn spirituele werkelijkheid.

3.2 Gedachtengang

Uitgaande van de bovenstaande begrippen volgt de biodynamische psychologie de volgende gedachtengang:

  1. Problemen en klachten komen voort uit het verlies van het contact met de primaire levensstroom.
  2. Dit contact is verloren gegaan doordat primaire impulsen vanuit het organisme om zich te uiten, werden geblokkeerd. Deze blokkade wordt in eerste instantie door de omgeving veroorzaakt en vervolgens door het individu geïnternaliseerd.
  3. Er vindt een afsplitsing plaats. De verboden impulsen worden onderdrukt en als onverwerkte ervaringen opgeslagen op de genoemde niveaus.
  4. De niet verboden impulsen en aangereikte normen en gedragsvoorbeelden worden overlevingsimpulsen. Ze vormen de basis voor het opbouwen van een overlevingspatroon (secundaire persoonlijkheid).
  5. Overlevingspatronen worden opgebouwd op de drie genoemde niveaus. Er zijn verschillende soorten van overlevingspatronen te onderscheiden. Deze patronen zijn te beschouwen als een vervormde afspiegeling van de primaire persoonlijkheid
  6. Problemen kunnen zich uiten als lichamelijke en/of psychische klachten. Het is essentieel om op alle niveaus te werken. Het niveau dat als eerste invalshoek wordt gekozen, is veelal het niveau waarop de klachten zich het duidelijkst aandienen.
  7. Behandeling van de problemen vindt plaats op genoemde drie niveaus door middel van methoden als massages, gesprekken, dynamisch lichaamswerk, aurawerk en imagery.

3.3 Doel

De biodynamische therapie is erop gericht de cliënt weer in contact te brengen met de primaire levensstroom. Dit is te beschouwen als een algemeen doel. Andere, meer concrete doelen worden geformuleerd in het licht van dit algemene en worden mede bepaald door:

a) de kwalificatie van de therapeut
b) de hulpvraag van de cliënt

ad a): De biodynamische therapie kent twee kwalificaties:

1) biodynamisch massagetherapeut, 2 jarige opleiding
2) biodynamisch psychotherapeut, vervolgopleiding van 2 jaar voor massagetherapeuten (zie ook hoofdstuk 6: opleidingen).

De massagetherapeut is meer gericht op het reguleren van een teveel aan spanningen. Deze regulatie heeft een preventief en ondersteunend karakter. De massagetherapeut werkt afvoerend en regulerend en is direct gericht op het op gang brengen van het peristaltisch proces. In zijn werk blijft hij binnen de sfeer van zelfregulatie. Hulpvraag 3 (zie onder) kan hij niet behandelen.

De biodynamisch psychotherapeut werkt daarenboven met onderliggende emoties en spanningen. Hij is gericht op het mobiliseren van onbewuste processen en plaatst de huidige problematiek in een historisch kader. Hij werkt direct met ervaringen uit het verleden en uit de ontwikkelings-geschiedenis. In zijn hulpverlening is hij gericht op alle onderstaande hulpvragen.

3.4 Indicatiegebied

Ad b): de hulpvraag van de cliënt kan gericht zijn op:

  1. Het ontwikkelen van lichaamsbewustzijn.
  2. Het verbeteren van het fysieke functioneren, b.v. het verminderen van migraineklachten, pijn in de onderrug. De somatische klachten staan hier centraal en worden eventueel gekoppeld aan psychische problemen.
  3. Het verbeteren van het psychisch functioneren. De psychische klachten staan hier centraal en worden gekoppeld aan lichamelijke problemen.
  4. Persoonlijkheidsgroei en ontwikkeling. Dan gaat het om zelfverwerkelijking en spirituele groei.
  5. Een combinatie van twee of alle drie niveaus. Deze niveaus zijn te onderscheiden, maar niet te scheiden. Hulpverlening op één niveau gericht zal ook op andere niveaus effect hebben.

Het doel wordt bepaald door cliënt en therapeut samen en kan tijdens het proces veranderen. De therapeut is verantwoordelijk voor de bewaking van het gestelde doel. Hij is tevens degene die de haalbaarheid van doelen binnen een bepaalde tijd in de gaten houdt en bespreekt met de cliënt.

3.5 Werkwijze

In het werken met cliënten is een drietal fasen te onderscheiden.

De eerste fase kan men de voorbereiding noemen. Hierin gaat het om het leggen van een vertrouwensrelatie, het scheppen van veiligheid, het stellen van een diagnose. Globaal zal in deze fase het volgende aan de orde komen:

  1. Een bespreking met de cliënt van de biodynamische methode en haar uitgangspunten
  2. Het stellen van de diagnose. Hiervoor is nodig:
    a) inzicht te krijgen in de huidige problematiek en hoe deze beleefd wordt;
    b) inzicht te krijgen in de achtergrond van de cliënt, ouders, familie, waarden en normenpatroon;
    c) een massage uit te voeren om informatie te verkrijgen over het spier-, ademhalings- en houdingspatroon van de cliënt.
  3. Het bespreken van het opgebouwde overlevingsgedrag.
  4. De afbakening van het doel afgestemd op de hulpvraag.

De tweede fase is die van "het werken", de uitvoering. In deze fase staan de therapeut globaal de volgende technieken ter beschikking:

  1. Biodynamische massage. Er zijn een twintigtal verschillende massagevormen te onderscheiden welke specifieke therapeutische doeleinden nastreven.
  2. Biodynamische vegeto-therapie, waarin een cliënt wordt aangemoedigd zijn lichaamssensaties en impulsen te verkennen en verdrongen krachten tot uitdrukking te brengen. Deze methode wordt alleen door biodynamische psychotherapeuten toegepast.
  3. Organische psychotherapie, verbaal werk dat geworteld is in de dynamische processen van het lichaam.
  4. Imagery, werken met beelden die de cliënt zelf geeft, die opkomen via een geleide fantasie of een combinatie van beide.

Veelal worden de verschillende technieken afwisselend en gecombineerd gebruikt. In deze fase wordt regelmatig geëvalueerd.

De derde fase wordt gebruikt voor integratie. In deze fase gaat het om het werkelijk toe-eigenen van de primaire levensstroom, het verdiepen van het contact met de primaire persoonlijkheid en het handelen van de primaire persoonlijkheid afstemmen op de dagelijkse werkelijkheid. Hier worden met name organische psychotherapie en massage toegepast.

Up

4. Bevoegdheden/verantwoordelijkheden beroepsbeoefenaren

De biodynamische therapeut is verantwoordelijk voor:

  • het stellen van de diagnose en het tijdig bijstellen hiervan, wanneer meer informatie beschikbaar komt;
  • het inschatten van het proces waarin de cliënt zich bevindt en het toepassen van de juiste (combinatie van) behandelingsmethoden;
  • het respectvol benaderen van de cliënt;
  • het kritisch observeren van zichzelf ten aanzien van aspecten als projectie, overdracht en tegenoverdracht en eventuele verborgen eigen motieven, die een rol spelen in de benadering van de cliënt;
  • het bespreekbaar maken van eigen onjuist gedrag;
  • contact zoeken met huisarts, maatschappelijk werker, psychiater e.a. wanneer dat nodig is.

Up

5. Bijdrage aan de volksgezondheid en individuele gezondheidszorg

De biodynamische therapie kan zowel aanvullend worden toegepast in combinatie met de reguliere medische en geestelijke gezondheidszorg. Ook kan zij als een op zichzelf staande methode binnen de gezondheidszorg worden toegepast. Biodynamische therapie werkt zowel preventief, als curatief en palliatief. De behandelingen zijn ambulant, omdat deze therapievorm nog weinig of niet wordt toegepast in ziekenhuizen of andere herstellingsoorden. In een aantal gevallen wordt samengewerkt met huisartsen, psychiaters, maatschappelijk werkers en/of andere hulpverleners.

Up

6. De opleiding tot biodynamisch therapeut

De opleiding tot biodynamisch therapeut is bedoeld voor mensen die een therapeutisch, sociaal of pedagogisch beroep uitoefenen op HBO-niveau. Organisatorische en administratieve strategieën worden bij hen bekend verondersteld. Wanneer tijdens de opleiding daarin lacunes worden geconstateerd, dan wordt betrokkene vanuit de opleiding gewezen op desbetreffende bijscholingsmogelijkheden buiten het opleidingsinstituut.

De opleiding is verdeeld in twee fasen:

1e fase opleiding tot massagetherapeut, bestaande uit:

  • twee opleidingsjaren (300 uur)
  • een supervisiejaar (10 groepsbijeenkomsten)
  • minimaal 10 sessies (individuele) leertherapie.

2e fase opleiding tot biodynamisch therapeut, bestaande uit:

  • twee opleidingsjaren vegetotherapie (300 uur)
  • twee jaar supervisie tijdens de opleiding (20 groepsbijeenkomsten)
  • minimaal 10 sessies (individuele) leertherapie.

Up

7. Bij- en nascholing

Verspreid over het land zijn mogelijkheden aanwezig voor het verkrijgen van supervisie. Regionaal (met name via regio-bijeenkomsten) vinden contacten plaats, waaruit zich intervisiegroepen vormen.

Daarnaast worden er themadagen georganiseerd (regionaal of landelijk). Voorts verzorgt het Nederlands Instituut voor Biorelease en Biodynamische Psychologie (NIBB) te Amsterdam een gevarieerd aanbod aan workshops en vervolg-trainingen in diverse specialisaties.

Trainingen en cursussen komen in de loop der jaren regelmatig terug in verband met de komst van nieuwe leden bij de vereniging alsook om nieuwe ontwikkelingen binnen het biodynamisch werk bekend te maken.

Genoemde activiteiten zijn toegankelijk voor alle leden van de vereniging en worden aangekondigd in het Verenigingsblad "Impuls".

Up

8. Kwaliteit van de beroepsuitoefening

Kwaliteitsbewaking van de beroepsuitoefening vindt plaats door het stellen van formele (toelatings)eisen voor het lidmaatschap van de vereniging, door het van toepassing zijn van een beroepscode, klachtenprocedure en tuchtreglement, en door het hanteren van een aantal protocollen en richtlijnen.

8.1 Beroepscode

In de beroepscode van de NVBT zijn bepalingen opgenomen inzake de beroepsuitoefening en de attitude van de beroepsbeoefenaar ten opzichte van cliënten en collega's en meer in het algemeen de samenleving.
Tevens staan in de beroepscode sancties vermeld ingeval van niet naleven van de bepalingen.

In de folder van de NVBT wordt aangegeven dat de vereniging een beroepscode hanteert, die regels stelt aan de beroepsuitoefening. Van de NVBT-therapeut wordt verwacht dat hij of zij cliënten hierover inlicht.

De beroepscode wordt om de twee jaar door het bestuur van de vereniging aan de ledenvergadering voorgelegd ter aanvulling en/of verandering. De eerstvolgende keer zal dit plaatsvinden in maart 1997.

8.2 Protocollen en richtlijnen

Protocollen zijn aanwezig voor wat betreft bijvoorbeeld de toelating van (aspirant)leden, de beroepsuitoefening zelf en het geven van Biorelease cursussen. Daarnaast worden richtlijnen gehanteerd ten aanzien van super- en intervisie, na- en bijscholing, zelftoetsing en intercollegiale toetsing.

8.3 Klachtenprocedure en tuchtreglement

De klachtenprocedure en het tuchtreglement die tot nu toe binnen de Vereniging in gebruik waren, worden op dit moment herzien. De overgangssituatie waarin de Vereniging nu verkeert in verband met de aanvraag tot aansluiting bij de ANG en de mogelijkheid om, indien nodig, het RING-tuchtreglement te gebruiken, vragen enig respijt met betrekking tot het opstellen van nieuwe
regelingen. Momenteel wordt gewerkt aan diverse onderdelen van kwaliteitsbeleid, waaronder het voorbereiden van besluiten over een klachtenprocedure.

Up

9. Documenten

De Vereniging beschikt over de volgende documenten:

  • statuten
  • huishoudelijk reglement
  • beroepsprofiel
  • beroepscode
  • concept-verklaring van eed
  • klacht- en tuchtreglement

Up

10. Namen/Adressen

Nederlandse Vereniging van Biodynamisch Therapeuten (NVBT)
Telefonisch te bereiken op: 06 510 307 01

Nederlands Instituut voor Biorelease en Biodynamische Psychologie (NIBB)
Centrum de Kleine Swaen
Brouwersgracht 266-A, 1013 HG Amsterdam
Tel.: 020- 6254084
Cora Slieker opleider
Menno de Lange opleider
Gustine van Arem lid opleidingsstaf
Elisabeth de Lange lid opleidingsstaf
Harry Visser lid opleidingsstaf

 

Up

Grijze balk

 
 
Laatste update: 4 November, 2003